Zekerheid

een eindeloos toneelstuk

Ik had een sterke mening. Over mensen en de wereld. Een slecht onderbouwde. Zij had gestudeerd. Op haar vingers telde ze een stapsgewijze afbraaklogica af.

– Je onderwerp is niet afgebakend.
– Geldt het voor.. Alles? Dus ook voor jou, voor mij, je ouders, je zus?
– Wat bedoel je met ‘de menselijke natuur?’
– Ah, de menselijke natuur is natuurlijk? Een definitie die zichzelf herhaalt? Dat mag natuurlijk niet, hè?

Ze is streng en vindt alles verkeerd. Vandaag realiseerde ik me waar haar OCD perfectionisme vandaan komt. Als je 31 jaar omgeven bent door familie zonder aansluitende gespreksonderwerpen of humor en daar op jonge leeftijd een weerstand tegen begint te ontwikkelen wordt nee het antwoord. En weet je hoe lang 31 jaar is?

‘Lekker bakkie.’

‘Het is inderdaad een uitstekende kop koffie.’

‘Lekker bakkie.’

‘Vind je?’

‘Lekker bakkie.’

‘Het gaat.’

‘Lekker bakkie.’

‘Maar vind je dat echt?’

‘Lekker bakkie.’

‘Zucht.’

‘Lekker bakkie.’

‘Ergernis.’

‘Lekker bakkie.’

‘Is het het bakkie of de koffie die je bevalt?’

‘Lekker bakkie.’

‘Maar meen je het echt?’

‘Lekker bakkie.’

‘Sommige bakkies zijn beter dan anderen.’

‘Lekker bakkie.’

‘Wat is goed of kwaad überhaupt?’

‘Lekker bakkie.’

‘Dat wilde ik nou ook net zeggen!’

‘Lekker bakkie.’

‘Aaaargh!’

‘Lekker bakkie.’

‘Na mij de zondvloed.’

‘Lekker bakkie.’

‘Hou nou es op.’

‘Lekker bakkie.’

‘Nee, oneens! Dit is nou echt een pleurisbak.’

‘Lekker bakkie.’

‘De KUTTYFUSPLEURIS KANKERKUTKOFFIE, hoor je?’

‘Lekker bakkie.’

‘Kan je ook wat anders zeggen?’

‘Lekker bakkie.’

‘Misschien?’

‘Lekker bakkie.’

‘Voor één keer?’

‘Lekker bakkie.’

‘Iets.’

‘Lekker bakkie.’

‘Anders?’

‘Lekker bakkie.’

‘Nee.’

‘Lekker bakkie.’

‘Gewoon nee.’

Briefangst

Een brief niet open durven maken. Vooral wanneer ze van een overheidsinstantie komt. Of, de angst om een verkeerde brief verzonden te hebben. De hele situatie totaal verkeerd te hebben ingeschat, met de verkeerde woorden neergezet, en dat de ontvanger spoedig woedend zal reageren.

Hoe briefangst geboren werd?

Op mijn 11e gaf ik een klassenfeest. Ik had zelf uitnodigingen getypt. Ik benoemde mijn wens voor een gezamenlijk cadeau en het exacte bedrag van vijf euro per genodigde, waarvoor ik een schoenendoos had geverfd. Ik mocht op mijn moeders werk gaan printen. Ze was er zelf niet, maar haar aardige collega zou me helpen. Toen de uitnodigingen geprint waren pakte de collega, een jonge man in pak, een blaadje van de stapel. Hij las mijn uitnodiging en lachte. Ik durfde niet te vragen waarom. Maar vroeg het me de rest van de maand af. En zelfs daarna nog, geregeld.

Niemand had me verteld dat het noemen van het bedrag niet gewenst was, maar dat er beleefdheid was die voorschreef dat het aan ieder voor zich is om te bepalen hoeveel. Dit klonk heel logisch toen ik het voor het eerst hoorde. Niet van mijn ouders, die hanteerden de opvoedfilosofie ‘groot worden ze toch wel’.

Vorige week schreef ik een brief (een email om eerlijk te zijn) met daarin een exact bedrag. Het was mijn voorstel voor een honorarium aan iemand met wie ik samenwerk. Ik merkte meteen bij het schrijven al dat dit weer dat oude voorval was. Dat ik nog steeds heel precies wilde zijn. Dat ik inmiddels heus wel wist dat exacte bedragen niet genoemd hoeven te worden, maar dit was toch anders, het ging over een honorarium en de onderhandelingen waren al in gang gezet, dus duidelijkheid was gewenst. Ja, het ging over duidelijkheid en transparantie. En het ging over hoe ik zelf graag ingelicht zou willen worden. Ik moest absoluut ook heel precies zijn over de werkverhoudingen; het was toch wel zo prettig om iedereens functie duidelijk te noemen. Maar hoeveel redenen ik ook bedacht, daar tussendoor bleef schemeren wat ik niet wegredeneren kon. Ik wist ook wel dat de zeurende behoefte om mijn eigen – zogenaamd- hogere functie te benadrukken eigenlijk geen plaatsje in de brief mocht hebben. Hij kreeg het toch. Deze zin. Voor mekaar. Om in de brief te komen.

Sindsdien wacht ik op antwoord, mijn tanden op elkaar.